Of de “Bodoni binder”.

Er is weinig bekend over deze Italiaanse binder, maar er wordt onderzoek naar gedaan door Pedro M. Càtedra.
Deze historicus schreef ook het artikel “Bodonian Bindings” in “Great Bindings from the Spanish Royal Collections 15th – 21st centuries”.

Op de afbeeldingen 135, 136 en 137 in dit boek baseerde ik mijn boekband.

Guarnaschelli was werkzaam in Parma bij Louis Antoine Laferté, zoon van Pierre Antoine Laferté Relieur du Roi. L.A. kwam op vraag van Paolo Maria Paciaudi (bibliothecaris aan het Hof van Parma) naar Parma waar hij zijn boekbind - verguldatelier en fabriekje voor marmerpapieren stichtte.

Guarnaschelli begon voor zichzelf na de dood van L.A. in 1790 en werkte voor een zeer kleine, maar exclusieve, klantenkring zoals de Hertog van Parma en de drukker – letterontwerper Giambattista Bodoni.

Een bepaalde stijl waarop Guarnaschelli graag varieerde bestond erin om de banden te bekleden met gemarmerd of gejaspeerd kalfsleder en op de platten kaders in een andere kleur of afwerking aan te brengen.
In de 4 hoeken van ieder plat werd een stempel verguld, de kaders werden afgewerkt met een lijnenrol, een “rattentandrol” en/of een fijne sierrolstempel.
De ruggevelden kregen vergulde lijnkaders, aan kop en staart een vergulde palette, titel en schrijver op rode en groene lederen etiketten, floraal stempeltje op de ruggevelden, soms op de ribben een vergulde palette.

Guarnaschelli signeerde zijn banden op de volledige hoogte van de inslag van de goot van het achterplat met “Domenico Guarnaschelli legatore di libri” met tussen ieder woord een florale stempel.

Bronnen:

“Great Bindings from the Spanish Royal Collections 15th – 21st centuries”. Ediciones El Viso, Patrimonio Nacional 2012.

Catalogue XVI 2013 Tusculum Rare Books Ltd. Lotnummer 28 p. 36 – 37.

Kneep & binding, een terminologie voor de beschrijving van de constructies van oude boekbanden. Den Haag 1992.

Catalogus “Bookbinders finishing tools” van P&S engraving.

Spespaneel en drakenstempel, een terminologie voor de beschrijving van de versiering van de boekband. Nijmegen 2011.

Boekband.

Revue des Bibliothèques et Archives de Belgique.
Publiée par L. Stainier.
Tome IV N°3 Mai – Juin 1906.

24,9 cm x 15,5 cm.

Boekblok gesnoeid en gebonden op 5 touwen.
Enkelvoudig gevlochten kapitaalband in 2 kleuren groene zijde.
Band bekleed met naturel schaapsleder.
Het leder werd gekleurd, gejaspeerd en de kaders in verschillende kleuren afgewerkt.
Lijnstempels op de platten in carbondruk, sierrolstempels en hoekstempel verguld.
Monogram op de platten in carbondruk.
De valse ribben afgelijnd in carbonddruk, andere lijnen op de rug verguld.
Aan kop en staart een vergulde palette, floraal stempeltje verguld centraal op de ruggevelden.
Titel verguld op segrijn strié (de titel “I.R. Gand” verwijst naar het eerste artikel in het boek, namelijk “Le relieur au monogramme I.R. ; Jan Ryckaert, de Gand”).

November 2013.

Domenico Guarnaschelli

De Yapp Binding en haar basis.

Artikel 1 voor het Engramzine van J.-J. Camps.
Door Jan Camps, Diest 2011.

In “The Folger Shakespeare Library, Fine and Historic Bookbindings”(1) lezen we “ A fore-edge Yapp” en “A limp vellum boxbinding with fitted Yapp edges”.

In "A History of English Craft Bookbinding Technique" (2) lezen we "Yapp fore-edges" en "Yapp Bindings".

In “The British Library Guide to Bookbinding History and Techniques”(3) lezen we “Yapp edges is the term given when the vellum is turned over all three edges”.

Sommige boekbinders, restauratoren en / of docenten spreken over een Yapp wanneer ze (een) “omgezette rand(en)”(4) bedoelen bij een perkamenten band.

Maar waar komt de term vandaan?

Yapp Bindings (foto 1) zijn genoemd naar de bedenker, of beter herbedenker ervan, William Yapp, een bijbelhandelaar en uitgever die actief was in Londen (5) meer bepaald tussen 1854 en 1875 leidde hij zijn uitgeverij “The Book and Tract Depot” op 70, Welbeck Street (6).

Om zijn bijbels en gebedenboekjes te beschermen liet hij kop, staart en goot van de banden voorzien van omgezette randen met inslagen die elkaar raakten in het midden van de dikte van het boekblok.
Andere typische kenmerken van een Yapp Binding zijn de op rode ondergrond vergulde sneden, de geronde hoeken van zowel het boekblok en de platten, de zeer dunne, flexibele platkernen en de éénkleurige, meestal zwarte schutbladen.

Willam Yapp gebruikte als bekledingsmateriaal hoofdzakelijk leder, zeer uitzonderlijk perkament.
Bij lederen banden werd er later een ritssluiting aan de omgezette randen geplaatst om zo het boek na gebruik dicht te kunnen ritsen en nog beter te beschermen.

Er waren andere uitgevers die op dit idee verder borduurden en een extra wikkel te koop aanboden (foto 2, 3, 4) voor hun bijbels en gebedenboekjes.
Om het boek op zijn plaats te houden werd er in de wikkel een smallere strook leder (foto 3 en 4) gestikt waaronder het plat werd geschoven.
Het idee van de wikkel is een afgeleide van de middeleeuwse hulselbanden (7).

Bij ons in Vlaanderen had, onder andere, de firma Brepols uit Turnhout een verwant systeem, ttz. bij een gebedenboek kon je een extra omhulsel (foto 5 – 6 - 7) kopen waarin je je boek bewaarde.
Dit omhulsel had omgezette randen zonder inslagen, maar met een ritssluiting, een identieke betiteling en een al dan niet gelijkende of identieke platdecoratie. Het omhulsel was aan de binnenkant voorzien van 2 elastieken ( foto 6 – 7) waaronder je telkens een plat van het boek schoof waardoor dit niet meer kon bewegen.

Inspiratie voor zijn Yapp Binding haalde William Yapp enerzijds bij de “Koperten” en anderzijds bij de “Boxbindings”.

“Koperten” (8 – 9 - 10) zijn boekbanden met een doorlopende lederen of perkamenten omslag zonder inslagen en zonder platkernen, al dan niet met een overslag aan de goot of – zeer uitzonderlijk - overslagen aan de 3 sneden.
Deze vroegmiddeleeuwse binding werd vanwege haar simpele en snelle werkwijze steeds meer vervaardigt waardoor ze in de 14e eeuw haar eigen technische benaming kreeg, de “coopertorium” (9) of “kopert”, een benaming die vanaf de 15e eeuw volledig ingeburgerd (10) was.

Léon Gruel beschrijft in zijn “Manuel de l’amateur de reliures anciennes” een soepele rundslederen band rond een bijbel gedrukt door Johann Schabeler Wattenschnee in 1524 te Bazel (11) met aan de 3 sneden overslagen zonder inslagen.

Als oudste Boxbinding verwijst Bernard Middleton naar een Italiaans exemplaar uit 1593 beschreven door H. M. Nixon in "Broxbourne Library; Styles and Designs of Bookbindings", doch in "Fine and Historic Bookbindings From the Folger Shakespeare Library" wordt een exemplaar van Christophe Plantijn uit 1568 beschreven.
Zelf bestudeerden (12 - 13) we in het Plantijn Moretusmuseum te Antwerpen het nummer R 41.4 "Sacrae Scripturae Veteris" een Venetiaanse druk van Aldus Manutius uit 1518.

Het boeiende aan de constructie van een Boxbinding is dat men door insnijden en plooien omgezette en ingeslagen randen krijgt die niet enkel de sneden beschermen, maar bovenal de band een stevigheid bezorgen zonder dat er platkernen en lijm dienen gebruikt te worden.

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen rakende en overlappende Boxbindings (foto 8).

Bij een rakende Boxbinding komen de omgezette en ingeslagen randen van de platten tegen elkaar in het midden van de dikte van het boekblok, net zoals bij een Yapp Binding.
Bij een overlappende Boxbinding daarentegen schuiven de omgezette en ingeslagen randen van het voorplat netjes over de omgezette en ingeslagen randen van het achterplat waardoor men als het ware een doos krijgt.

Het grote verschil met een Yapp Binding is dat de meeste Boxbindings perkament als bekledingsmateriaal hadden.

De opkomst van perkamenten banden, loopt een beetje gelijk met de afname van dit materiaal als schrift - en drukdrager. Om toch een afzetmarkt te houden wordt perkament meer en meer als bekleding gebruikt.

De Yapp Binding is niet de eerste benaming van een boekbind – of verguldtechniek die z'n naam later krijgt dan de oorsprong.
Een mooi voorbeeld zijn de boekbanden uit de 16e en 17e eeuw, verguld volgens de 'Style à la Fanfare'.

Dit is een volledige, manuele platvergulding van een geometrisch slingerend bandwerk waardoor compartimenten ontstaan.
Het centrale compartiment werd opengelaten om een wapenstempel in te vergulden, spiraalstempels werden voor het eerst gebruikt en het ganse decor werd steeds met een kader van 3 vergulde fileten afgezet.

Deze stijl krijgt raar genoeg pas in 1829 zijn naam wanneer Nodier, een Frans schrijver en bibliofiel, bij Thouvenin een boekband bestelt rond het werk “Fanfares et courvées abbadesques des Roule – Bontemps de la haute et basse cocquaigne” uit 1613.
Thouvenin baseert zijn ontwerp op de decors uit de 16e en 17e eeuw en het eerste woord van de titel ‘Fanfare’ wordt vanaf dan gebruikt om dat soort decors aan te duiden 14 – 15 – 16).

Bibliografie:

(1) Fine and Historic Bookbindings From the Folger Shakepeare Library by Frederick A. Bearman, Nati H. Krivatsky, J. Franklin Mowery.
Washington 1992.
ISBN 0-9629254-1-1.
Pagina 149.
(2) A History of English Craft Bookbinding Technique by Bernard C. Middleton, foreword by Howard M. Nixon.
The Holland Press London.
First published 1963, Second Supplemented Edition 1978, Third Supplemented Edition 1988.
ISBN 0-946323-13-5.
Pagina 142 en 164.
(3) The British Library Guide to Bookbinding History and Techniques by P.J.M. Marks.
The British Library.
London 1998.
ISBN 0-7123-4582-5.
Pagina 45.
(4) Kneep en Binding, een terminologie voor de beschrijving van de constructies van oude boekbanden door W.K. Gnirrep, J.P. Gumbert, J.A. Szirmai.
Koninklijke Bibliotheek, Den Haag, 1997.
ISBN 90-6259-096-9.
Pagina 68 nummer 52.4
(5) oxforddictionaries
(6) wildfalcon
(7) Kneep en Binding, een terminologie voor de beschrijving van de constructies van oude boekbanden door W.K. Gnirrep, J.P. Gumbert, J.A. Szirmai.
Koninklijke Bibliotheek, Den Haag, 1997.
ISBN 90-6259-096-9.
Pagina 79 nummer 54.10.
(8) Kneep en Binding, een terminologie voor de beschrijving van de constructies van oude boekbanden door W.K. Gnirrep, J.P. Gumbert, J.A. Szirmai.
Koninklijke Bibliotheek, Den Haag, 1997.
ISBN 90-6259-096-9.
Pagina 67 nummer 52.2.
(9) Zeitschrift für Bibliothekswesen und Bibliographie, 8.
1961, pagina 326 - 337
Hochmittelalterliche Koperteinbände van Hermann Knaus.

(10) Schriften der UB Tübingen, 4.
Erlangen, 196?.
In einem Kopert gebunden von Wieland Schmidt.
Aus der Arbeit eines Bibliothekars, Festschrift für Fritz Redenbacher.
“coopertori ofte eyn decksel van enem boecke”
“decksel” hier bedoeld als bedekking/ hulsel.
(11) De bijbel wordt beschreven in Livres Rares, six siècles de reliures Pierre Berès.
Pierre Berès, s.a.
14 avenue de Friedland, 75008 Paris, 2004.
ISBN 2 7056 6494 0
Pagina 10, volbladfoto pagina 12.
(12) Waarvoor onze oprechte dank aan de heer Dirk Imhof, Conservator Boeken en Archief van het Plantijn Moretusmuseum Antwerpen.
(13) Deze studie diende als basis voor onze Engramdagen 12/2009 "Boxbindings".
(14) Dix siècles de reliure par Yves Devaux.
Editions Pygmalion, Paris, 1977.
ISBN 2-85704-024-5.
Pagina 94.
(15) Styles et modèles par Pascal Alivon.
Artnoville Editeur, Paris, 1990.
ISBN 2-9504539-0-2.
Pagina 42.
(16) Een aanzet tot de geschiedenis van de Boekband door Jan Storm van Leeuwen.
Syllabus behorende bij de colleges Geschiedenis en Stilistiek van de Boekband aan de Opleiding Restauratoren Amsterdam.
Voorschoten 1996.
Pagina 93.
foto's
Foto 1 Privécollectie.
Foto 2 tot en met 8 Collectie J. – J. Camps.

Yapp Binding

Statiestraat 40 B-3290 DIEST - 0032 478 11 22 04 - info@boekbinderij-camps.be